Menu

Zorgappartement

1 november 2013

Zorgappartement waarin een honderdjarige zich thuis voelt

Een honderdjarige vrouw uit Wageningen is na jarenlang in een verzorgingscentrum gewoond te hebben, weer op zichzelf gaan wonen. Dit nieuws zorgde deze zomer voor veel ophef in de media. ‘De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween‘ is één van de best verkochte boeken in de afgelopen jaren in Nederland.

Verpleeghuis of verzorgingshuis als het echt niet anders kan

Zomaar twee honderdjarigen die echter niet helemaal representatief zijn voor de ‘gemiddelde’ honderdjarige in Nederland. Het boek is een aanrader voor wie het nog niet gelezen heeft. Een hilarisch boek dat met veel humor het levensverhaal vertelt van een honderdjarige man die geen zin heeft om zijn verjaardag te vieren in het bejaardenhuis en er op zijn honderdste verjaardag tussenuit knijpt. Het bericht van de honderdjarige vrouw die deze zomer moest verhuizen is wat realistischer. Het beleid van de overheid is erop gericht om ouderen zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Eigenlijk is dat niets anders dan dat wat we eigenlijk allemaal ten diepste willen: (blijven) wonen op de plaats die je zelf ooit gekozen hebt en in de omgeving die je dierbaar is, met behulp van thuis- en mantelzorg. Dit wil de overheid – mede gedreven door financiële noodzaak –stimuleren. Als het echt niet anders kan rest er de mogelijkheid van een verpleeghuis of verzorgingshuis. De financiële consequenties van dit laatste worden echter ook steeds meer bij de bewoner gelegd: scheiding van zorg en wonen is het uitgangspunt in dezen.

Kleinschalige zorg is het toverwoord

In financieel opzicht groeien de reguliere zorg en de particuliere zorg naar elkaar toe. Ook in een ander opzicht groeien we naar elkaar toe: ook binnen de reguliere wereld is kleinschaligheid het toverwoord geworden. Kleinschalig qua omvang: zorgappartementen in een omvang van circa vierentwintig stuks. Kleinschalige zorg, waarbij de zorgverleners circa acht bewoners onder hun verantwoording krijgen en met behulp van een leerling tijdens de piekuren of een vrijwilligster overdag ‘de tent’ moeten zien te runnen.

Bij particuliere zorgappartementen hebben medewerkers tijd en aandacht

In een ander opzicht heb ik wel eens het gevoel dat we steeds verder uit elkaar groeien. Als je soms hoort en leest over de schrijnende situaties in de zorg of over het tekort aan bekwame medewerksters. Het gebrek aan tijd dat dan opgevangen zou moeten worden door familieleden… Hoeveel goede wil er ook aanwezig is bij een ieder die bij de zorg betrokken is, ik denk dat dit veelal ten koste zal gaan van goede zorg en aandacht voor de bewoner. De particuliere zorgwereld geeft hier al jaren een antwoord op. Gekwalificeerde medewerker(st)ers, tijd en aandacht voor hen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. Korte lijnen tussen medewerkers, bewoners en familie. Binnen woonzorgvoorziening de Wilgenhoeve werken wij ook op deze wijze: het management op de werkvloer waardoor er een grote verbondenheid is tussen alle geledingen binnen de zorg, de betrokken disciplines en bewoners en hun familie.

Ons streven: men moet zich helemaal thuis voelen in zijn of haar zorgappartement

We streven ernaar onze bewoners zoveel mogelijk hun gevoel van zelfstandigheid te laten behouden. Hun (zorg-)appartement is hun huis en wij zijn daarin de zorgverlener die zoveel mogelijk rekening houdt met de gevoelens en wensen van onze bewoners. In welke fase van zorgvraag men ook verkeert, het gevoel van eigenwaarde zal een mens heel lang blijven behouden. Het is belangrijk om dat voorop te laten staan. Om in dat proces mee te denken vraagt ook van de zorgverleners een betrokkenheid bij en een inleven in de gevoelens van hen voor wie jij degene bent van wie men afhankelijk is, zonder dit al te nadrukkelijk te ervaren. Door op die wijze zorg te verlenen kun je zorg verlenen die verder gaat dan verzorging. Dit is dan niet zo maar een loze kreet, maar dagelijkse werkelijkheid.

Eip en Carla
November 2013